De meeste kinderen worden gezond geboren. Aangeboren aandoeningen komen relatief weinig voor. Bij een klein percentage van alle zwangerschappen (2- 4%) wordt vóór of na de geboorte een aandoening vastgesteld. De kans op een aandoening bij 20 weken is iets lager dan het percentage bij 11 tot 13 weken (zie de folder over de combinatietest) omdat een deel van de zwangerschappen eindigen in een spontane miskraam.
Niet alle aandoeningen zijn vóór de geboorte zichtbaar. Aandoeningen die wel zichtbaar zijn kunnen in een aantal gevallen worden opgespoord met behulp van echoscopisch onderzoek.
Rond de 20e week van de zwangerschap wordt het echoscopisch onderzoek uitgevoerd om de groei van het kind en de hoeveelheid vruchtwater te beoordelen. Ook worden de belangrijkste orgaansystemen van het kind in beeld gebracht en beoordeeld om ernstige, zichtbare, lichamelijke afwijkingen op te sporen.
De uitslag wordt na het onderzoek met u besproken. Als blijkt dat er een vermoeden is op, of sprake is van een ernstige aandoening wordt u op korte termijn doorverwezen naar een specialist in een academisch ziekenhuis voor gedetailleerd onderzoek. De echoscopist neemt in deze het zekere voor het onzekere en zal de bevindingen ook bespreken met uw verloskundige . In een aantal gevallen zal uiteindelijk blijken dat er niets aan de hand is en blijkt de ongerustheid onterecht te zijn geweest.
Benadrukt moet worden dat niet alle aandoeningen zichtbaar zijn! Voor neurale buisdefecten
(onder andere open ruggetje), nieraandoeningen en buikwanddefecten geldt dat een getrainde echoscopist deze in meer dan 90% van de gevallen ziet. Voor hartafwijkingen geldt dat deze in slechts 50% van de gevallen zichtbaar zijn.
Een ongunstige uitslag die bevestigd is door vervolgonderzoek stelt de ouders voor een moeilijke keuze: het al dan niet voortzetten van de zwangerschap. Voor ouders die in geval van een ernstige aandoening overwegen om de zwangerschap af te breken is van belang dat het echo-onderzoek rond de 20 weken plaatsvindt. Volgens de Nederlandse wet zijn de mogelijkheden tot afbreken van de zwangerschap na de 24ste week van de zwangerschap beperkt.
Echter, voorkennis kan ook de mogelijkheid bieden om zich voor te bereiden op de extra zorg die het kindje na de bevalling nodig heeft. Het is belangrijk dat u zich van te voren goed voorbereid op het echo onderzoek en het mogelijke vervolg daarop. Veel aanstaande ouders ervaren het vervolgtraject na het vaststellen van een aandoening als fysiek en psychisch belastend. Indien er vragen of onduidelijkheden zijn kunt u terecht bij uw verloskundige of de echoscopist.
Ouders die voor nader echo-onderzoek kiezen doen dit om diverse redenen. Het uitgangspunt is vaak
dat een gunstige uitslag geruststellend is.
Echo-onderzoek tijdens de zwangerschap is beslist niet verplicht. Veel ouders kiezen wél voor echo-onderzoek vroeg in de zwangerschap, maar lang niet iedereen wil nader onderzoek bij 20 weken. Een goed argument is dat verreweg de meeste kinderen gezond ter wereld komen.
De kosten voor het echoscopisch onderzoek worden standaard vergoed door de zorgverzekeraar.
Afhankelijk van uw zorgverzekeraar kan worden gevraagd om eerst de echo zelf te betalen (in 2009: € 115,50 en in 2010: € 147,56 en ). In het echocentrum is het mogelijk om te pinnen.
U ontvangt een nota van dit onderzoek die u kunt declareren bij uw verzekering. Breng in ieder geval altijd uw verzekeringsbewijs mee.