Tijdens de zwangerschap is er namelijk een kleine kans dat er bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. Bij de geboorte is die kans zelfs vrij groot. Komt er nu bloed van een Rhesus-D-positieve baby in de bloedbaan van een Rhesus-D-negatieve moeder, dan kan de moeder
afweerstoffen tegen dat bloed gaan maken. Deze zogeheten antistoffen kunnen via de
navelstreng het bloed van de baby bereiken en afbreken, waardoor deze of een volgende
baby bloedarmoede krijgt. Het is dus belangrijk om uw Rhesus-D-factor vast te stellen. Er zijn twee mogelijkheden:
Na de bevalling wordt, als u Rhesus-D-negatief bent, ook uw baby gecontroleerd.
Hiervoor wordt bloed uit de navelstreng genomen. Als uw kind Rhesus-D-positief is,
krijgt ú binnen 48 uur (nog) een injectie met anti-Rhesus-immunoglobuline toegediend. Daardoor maakt uw lichaam geen antistoffen; dat is belangrijk als u later opnieuw zwanger wordt van een Rhesus-D-positief kind. Ook in een aantal bijzondere verloskundige situaties krijgt u (extra) anti-Rhesus-D-immunoglobuline toegediend.